Stan van Pelt

Wetenschapsjournalist & schrijfdocent

Hoe een Australische gynaecoloog ervoor zorgde dat de Universiteit Utrecht een doctorstitel introk

De Universiteit Utrecht heeft vorige maand de doctorstitel ingetrokken van een Egyptische buitenpromovendus, vanwege ‘grootschalige nalatigheden’ in zijn proefschrift uit 2008. De zaak kwam aan het rollen dankzij een Nederlandse hoogleraar gynaecologie in Melbourne.

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de Universiteit Utrecht concludeerde na onderzoek dat het gewraakte proefschrift niet voldeed “aan belangrijke principes van wetenschappelijke integriteit, zoals zorgvuldigheid en precisie, betrouwbaarheid en controleerbaarheid en replicatie.” Oftewel: de doctorsgraad had achteraf gezien nooit toegekend hebben mogen worden. De promotiepremie van 93.060 euro heeft de Universiteit Utrecht teruggestort aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Het is zeer uitzonderlijk dat iemand in Nederland de doctorsgraad weer in moet leveren. ‘Naar mijn weten is dit voor de Universiteit Utrecht de eerste keer’, aldus een universiteitswoordvoerder. In Tilburg gebeurde dit in 2011 wel al eens, toen hoogleraar sociale psychologie Diederik Stapel gefraudeerd bleek te hebben met tenminste 55 artikelen. Stapel stond zijn doctorstitel toen vrijwillig af.

Egypte

Auteur van het Utrechtse probleemproefschrift is de Egyptische gynaecoloog Ahmed Badawy, die in 2008 als buitenpromovendus promoveerde bij Nick Macklon (destijds hoogleraar voortplantingsgeneeskunde en gynaecologie bij het UMC Utrecht). Een buitenpromovendus is een onderzoeker die niet in dienst is bij de universiteit waar hij of zij promoveert.

De Universiteit Utrecht heeft Badawy’s naam niet bekend gemaakt vanwege privacyregels, maar betrokkenen bevestigen dat het om deze arts van de Mansoura Universiteit in Egypte gaat, inclusief Badawy zelf.

Vruchtbaarheidsproblemen

In zijn proefschrift, dat de universiteit inmiddels offline heeft gehaald, onderzocht Badawy de behandeling van vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. Hij keek met name of bepaalde medicijnen een eisprong stimuleerden bij vrouwen met polycysteus ovariumsyndroom (PCOS). Bij deze aandoening, die 5 tot 10 procent van alle vrouwen treft, vormen zich blaasjes met vocht in de eierstokken waardoor ovulatie minder vaak plaatsvindt.

Op allerlei plekken stuitte de integriteitscommissie en ingeschakelde experts echter op fouten in Badawy’s werk. Zo kwamen statistische waardes niet overeen met de gerapporteerde meetwaardes. ‘Hierdoor is het onduidelijk welke waardes en dus welke conclusies correct zijn’, schrijft een van de experts in het CWI-rapport.

Een promotie aan de TU Delft. Foto ter illustratie (Wikimedia Commons)

Ook bleken deelnemers niet willekeurig verdeeld binnen de randomised controlled trials die in het proefschrift beschreven staan. In zulk medisch onderzoek behoort het lot te bepalen of een patiënt in de groep terecht komt die het te onderzoeken medicijn krijgt, of in de placebogroep die een nep- of alternatief medicijn ontvangt. Op die manier kun je betrouwbare conclusies trekken over de effectiviteit van het onderzochte middel. Het wordt gezien als de gouden standaard binnen medicijnonderzoek. Badawy leverde geen verklaringen aan voor de geconstateerde fouten.

Sommige resultaten uit het proefschrift zijn meegenomen in overzichtsstudies

Alle negen proefschrifthoofdstukken zijn ook in medische tijdschriften verschenen, zoals Reproductive Biomedicine Online. Twee van deze publicaties zijn inmiddels al teruggetrokken door de betreffende tijdschriften, drie anderen hebben een waarschuwingsvlaggetje gekregen.  

De terugtrekking van het proefschrift is extra gevoelig omdat sommige van Badawy’s resultaten zijn meegenomen in overzichtsstudies van het invloedrijke Cochrane. Zo zag hij dat vrouwen met PCOS niet vaker zwanger werden als ze het middel letrozol namen dan wanneer ze clomid kregen. Andere onderzoeksgroepen zagen dit echter wel; letrozol is inmiddels het voorkeursmedicijn bij PCOS. Het effect van letrozol kan echter onderschat zijn doordat Badawy’s bevindingen meegewogen hebben in de overzichtsanalyses.

Cijfers aangepast

De intrekking van het doctoraat is het sluitstuk van een jarenlang proces, dat aangezwengeld werd door Ben Willem Mol, een Nederlandse hoogleraar voorplantingsgeneeskunde en gynaecologie aan de Universiteit van Melbourne, Australië. Hij kwam de problemen voor het eerst op het spoor toen hij jaar of drie terug een wetenschappelijk artikel van Badawy ter inzending onder ogen kreeg, als editor van een tijdschrift. Zo zag hij onder meer dat de omvangrijke studie onmogelijk gedaan kon zijn in de korte periode die beschreven stond. Hij wees het stuk af.

Ben Mol

Later verscheen het stuk echter wel in een ander vakblad, ontdekte Mol. ‘Maar alle cijfers waarop ik commentaar had, bleken opeens aangepast’, zei hij hierover in de Volkskrant, die een jaar geleden schreef over publicatieproblematiek binnen de medische wereld. Het was reden voor de hoogleraar om het werk van Badawy en diens collega’s nader onder de loep te nemen. In een artikel in het European Journal of Obstetrics and Reproductive Biology in 2020 beschrijft hij hoe 25 van de 36 onderzochte Egyptische artikelen grote fouten bevatte. Zo kwamen bepaalde tabellen in meerdere publicaties voor, terwijl verschillende vrouwen onderzocht zouden zijn. Mol vermoed dat een groot deel van de studies helemaal niet plaatsgevonden heeft.

Ook trok Mol vanwege de problemen in Badawy’s proefschrift aan de bel bij Badawy’s promotor Macklon en de Universiteit Utrecht. Die laatste startte vervolgens een integriteitsonderzoek. ‘Mooi dat er nu zo’n duidelijk besluit is’, reageert Mol desgevraagd op de intrekking van het doctoraat. Al is hij ook kritisch. ‘Het is nu drie jaar terug dat ik de promotor op de hoogte stelde, dus het heeft wel heel lang geduurd terwijl de casus toch vrij duidelijk is.’

Topje van de ijsberg

Hij wijst erop dat het fraudeprobleem binnen zijn vakgebied veel groter is dan alleen dit proefschrift. ‘Er zijn inmiddels 70 retracties en 70 expressions of concern en dat is nog maar het topje van de ijsberg.’ Hij vermoedt dat het aantal problematische RTC’s meer dan 2500 bedraagt. Veel daarvan komen uit regio’s als het Midden-Oosten, waar minder toezicht is op wetenschappelijke studies.

Badawy zelf is niet onder de indruk van zijn teruggetrokken doctoraat. Hij verwerpt de fraudebeschuldigingen, laat hij per email weten. Deze ziet hij als een teken van ‘racisme en discriminatie’. Ook zegt hij dat zijn doctorstitel, die hij ‘als eretitel’ beschouwde, niet ingetrokken is, maar dat hij deze zelf teruggegeven heeft. Hij werkt nog altijd aan de Egyptische Mansoura Universiteit.

Utrecht neemt geen maatregelen tegen de promotor

Nick Macklon, Badawy’s promotor in 2008, zegt de beslissing van de Universiteit Utrecht te steunen en blij te zijn dat Mol de problemen destijds aankaartte. ‘Het was gepast dat de universiteit toen een onderzoek instelde.’

Utrecht neemt geen specifieke maatregelen tegen Macklon, die inmiddels in Engeland werkt bij de London Women’s Clinic. De woordvoerder: ‘Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de wetenschappelijke integriteit van de (co)promotoren. Het betreft een proefschrift dat destijds is beoordeeld en bestond uit artikelen in peer reviewed wetenschappelijke tijdschriften.’

Kwaliteitsstempel

Dat laatste laat precies zien hoe het mis heeft kunnen gaan met deze promotie. Tot een aantal jaar geleden konden buitenpromovendi relatief makkelijk promoveren op onderzoek dat ze elders hadden uitgevoerd, zeker als deze studies al verschenen waren in wetenschappelijke vakbladen. Dat werd gezien als kwaliteitsstempel; de bijbehorende promotiepremie was een makkelijke inkomstenbron voor universiteiten. Voor hun promotie hoefde deze publicaties alleen nog maar even gebundeld te worden in een boekje.

‘Dat is ook wat hier het geval was’, zegt Macklon. Badawy had al zijn onderzoek in Egypte uitgevoerd, en was nooit in dienst van de Universiteit Utrecht. Macklon was inhoudelijk niet betrokken bij de studies, en ook geen co-auteur op de stukken. De hoogleraar en de Universiteit Utrecht kwamen alleen om de hoek kijken toen Badawy aanklopte om te mogen promoveren. 

Aangescherpte regels

Inmiddels zijn de promotieregels aangescherpt en zijn dit soort constructies niet meer mogelijk, aldus de universiteit. ‘Registratie van promovendi moet minimaal drie jaar voor de promotie plaatvinden, zodat ze een Utrechts traject doorlopen met bijbehorende kwaliteitsmonitoring en het volgen van onderwijs door de promovendus. Bij aanvang van het promotietraject worden afspraken vastgelegd over opleiding en begeleiding, het monitoren van de voortgang en de samenstelling van het begeleidingsteam, waarbij het vier-ogen-principe wordt gehanteerd.’ Dit laatste houdt in dat promovendi altijd minstens twee begeleiders moeten hebben.

Het huidige fraudegeval is geen reden voor de universiteit om nu ook andere proefschriften van buitenpromovendi onder de loep te nemen. De woordvoerder: ‘We hebben op dit moment geen aanleiding om te veronderstellen dat er andere proefschriften zijn die niet aan de eisen voldoen. Alle proefschriften zijn door een promotiecommissie beoordeeld.’

Dit artikel waarderen?

Wil je dit artikel waarderen en daarmee mijn journalistieke werk rechtstreeks ondersteunen? Dat kan via een donatie:

Bedrag





« »

© 2024 Stan van Pelt. Thema door Anders Norén.